Blog Image

DE WERELD VANAF NU

DE WERELD VANAF NU

Deze rubriek wordt verzorgd door Rinus Krijnen.

Reageren onder een artikel of : info@dongenhomespot.nl

Terug naar de internetkrant :

www.dongenhomespot.nl

Trog van desillusie

DE WERELD VANAF NU Posted on Sat, May 26, 2012 09:06:40

Economie is geen wetenschap. De modellen van Marx, Keynes, Friedman en collega’s waren allemaal modellen, waarvan of de maakbaarheid van de samenleving een belangrijke rol speelde, of juist niet. Bij wis- of natuurkunde zijn er geen discussies over oplossingsrichtingen. De stelling van Pythagoras klopt altijd, evenals de wetten van Newton. Economie is een verzameling van een aantal theorieën, waar vooral het geloof van de combinatie iemand tot aanhanger maakt. Dat is dus meer een religie dan een wetenschap. Het aantal variabele factoren in economische formules zijn zo groot dat er van de formules weinig over blijft. Het is dus helemaal geen wetenschap. Als economische formules al leken te werken kwam dat doordat de omgeving waarin de formules werden ingezet altijd een aantal harde kanten had. Vaste waarden zou je deze kunnen noemen. Daardoor werd de formule eenvoudiger en de voorspelbaarheid groter. Dit lijkt logisch, maar het effect is enorm. Waarom werkte tijdelijk de communistische systemen? Het antwoord is simpel. De factor vrije wil werd uitgeschakeld. En technisch gezien kun je dan een economisch systeem naar de hand zetten. Democratie is daarom een grote vijand van economische systemen. Je kiest voor een economische aanpak. Op een gegeven moment is meer dan de helft tegen en met nieuwe verkiezingen wordt ook daardoor een nieuwe economische koers bepaald. Weg effecten van je aanpak. Economische systemen hebben namelijk tijd nodig en veroorzaken altijd wel ergens pijn. Ze voldoen vaak bij de aanvang aan het patroon van de Gartner hype cycle. Deze hype cycle wordt gebruikt om de levensloop van technologische hypes te beschrijven. Dat is een systeem waarbij bij het lanceren van een idee iedereen erg enthousiast is en er veel vertrouwen is dat het een succes gaat worden. Vervolgens valt iedereen over elkaar heen, worden er foute keuzes gemaakt, blijken de verwachtingen op dat moment te hoog of misbruiken groepen de nieuwe ideeën. Daardoor neemt het vertrouwen sterk af en zakt men in de “trog van desillusie”. En in een politiek-economisch systeem zou men dan alweer van het systeem af willen. Eigenlijk wordt in deze trog van desillusie de politiek al afgerekend op het idee en krijgen de ideeën geen kans om door te ontwikkelen en uit het dal te kruipen om een status te bereiken zodat er wel grote voordelen te behalen zijn. Voor technologie werkt dit namelijk wel zo. De reden is ook weer simpel. Technologie heeft een directe verbinding met spullenboel: dingen die je kunt zien, aanraken, gebruiken en veranderen. Niet centraal bestuurd vanuit Den Haag of Den Bosch, maar door mensen en bedrijven, die ergens toch mogelijkheden blijven zien om er een succes van te proberen maken. En uiteindelijk kruipen technologische ontwikkelingen uit dat dal en verwerven een stabiele positie, waardoor de acceptatie er weer is door de maatschappij. Hoe het verder afloopt met de hype zie je niet in de hype cycle, maar meestal verdwijnen zaken weer door nieuwe hypes en werkt het als een golfbeweging. Mooi voorbeeld is de vaste telefonie, dat over deze lifecycle meer dan 100 jaar gedaan heeft en nu plotseling nog als bijproduct bestaat naast de nieuwe hype: het mobieltje.

Economische stelsels worden dus al afgebroken voordat ze tot volwassenheid komen. In de praktijk betekent dit dat alle voorspellingen van centraal planbureau en CBS uitgaan van verwachtingen, waarbij teveel vaste waarden moeten worden aangenomen en dus nooit exact uit kunnen komen. De richting wordt bepaald door de mensen zelf. En dat is niet gevoed door feitelijkheden, maar sentimenten als geloof, vertrouwen en hoop. Neem nu ons spaargedrag. Aan de ene kant worden er in blinde paniek de meest abjecte bezuinigingsvoorstellen over ons neergestort, maar verwacht de politiek dat de mensen meer economisch gaan bewegen, ofwel investeren. Maar het effect is dat de mensen juist heel terughoudend worden en gaan sparen en zelf ook gaan bezuinigen. Zelfs als er nog niets aan de hand is. Instituten als de hypotheekaftrek en vrije toegang tot zorg en onderwijs worden zomaar doorgesneden of toch weer niet en dat maakt de mens onzeker. Het feit dat we maar een radertje zijn in het gehele economische apparaat zorgt ervoor dat mensen beseffen dat hun invloed maar heel beperkt is, of willen juist als radertje ontsnappen en een eigen kansloos microsysteem opzetten zoals de SP en PVV betogen. En wat doet een mens als hij het vertrouwen verloren is: dan gaat hij zichzelf beschermen. Hoe kan ik overleven? Aangevoerd door het Nibud, die nu mensen openlijk sterk adviseert te gaan sparen en schulden af te lossen komt er zand in de machine van de economie. Sparen en aflossen betekent dat het geld niet rolt, dat er niets wordt gekocht en dus niets wordt gemaakt en vooral niets wordt verdiend. Nog meer werklozen, die ook weer zichzelf zullen beschermen door spaarzaam te zijn. En dan hebben we het nog niet over de huizenmarkt, die totaal vast zit, doordat de huizen veel te duur zijn en de exploitatielasten van een woonhuis onvoorspelbaar zijn. Alles is gedreven door sentimenten van de burger. En als onze overheid –als enige partij nog enige economische invloed uitoefend- ook geen ruimte biedt om te investeren –zoals bij een vorige crisis in de jaren 30 volgens de modellen van Keynes wel gebeurde-, komt de economie krakend tot stilstand.

Begrotingsdiscipline is leuk, maar als iedereen zijn huis pas zou kunnen betrekken als hij het tot de laatste cent eerst bij elkaar gespaard had, had nauwelijks iemand een huis. Het als overheid nu iets meer begrotingsruimte nemen om direct te zorgen dat er investeringen gedaan worden, zou de molen weer op gang kunnen brengen en ervoor zorgen dat uit de winst en vooral het vertrouwen die dan ontstaat we juist geen hypotheek leggen bij onze kinderen.
Maar met de financiële onzekerheid door het gesteggel in Den Haag en geruggensteund door het Nibud gaan de gewone mensen massaal hun risico’s beperken en verdwijnen we in de donkere jaren.
Het was ooit zo mooi….

Rinus Krijnen



De coöperatie als redder

DE WERELD VANAF NU Posted on Sat, January 07, 2012 11:48:58

Wat als de overheid of de markt niet meer in staat is om de
problemen het hoofd te bieden? Dan zullen de mensen het samen moeten doen. En
eigenlijk is dat ook de meest natuurlijke manier om problemen aan te pakken. In
de afgelopen honderdvijftig jaar hebben we getracht om overheden de rol te
geven om voor iedereen de problemen op te lossen. Daarvoor zijn er tal van
regels, wetten en richtlijnen ontstaan om onze maatschappij zo soepel en
hopelijk eerlijk mogelijk in te richten. Aanvankelijk leek dit goed te gaan,
maar naar verloop van tijd werd de regeldruk te hoog. Het is zo ingewikkeld dat
de gewone burger afhaakt en niet meer weet waar hij zich aan te houden heeft of
er niets meer van begrijpt. Dan heb je weer een ontstellend complex juridisch
apparaat nodig die alles uitlegt en interpreteert. Bovendien zijn er tal van
regels waar de burger zich aan moet houden, terwijl hij er nooit of zeer zelden
mee te maken krijgt. Het gevolg daarvan is dat mensen zich afkeren van de
regels of actief proberen de regeldruk te verminderen. En de groepen die het
hardst roepen dat de regels moeten verdwijnen hebben vaak zelf belangen om dit
te doen, vaak om zichzelf meer te kunnen verrijken. Langs deze redeneerlijn zou
je kunnen zeggen dat de wereld een apenrots is, waar de macht bepaald wordt
door de sterkste. Sociaal gedrag nivelleert en beperkt de macht, als dit wordt
afgedwongen door regelgeving.

Als je dit vanaf een afstandje bekijkt zie je dat wetten en
regels inmiddels veel verder gaan dan ervoor zorgen dat er vangnetten zijn,
waarmee het zwakkere deel van de samenleving nog een menswaardige kans krijgt,
of waarmee basisafspraken zijn vastgelegd zodat de boel niet in de soep loopt,
zoals dat we rechts rijden in het verkeer en dat mensen gestraft worden bij
onacceptabel gedrag.

Maar veel van de regelgeving is doorgeslagen tot een woud
van beperkingen. De regelgeving heeft de menselijke maat overtroffen en de
mensen snappen niet meer waarom de regels er zijn. Wetten krijgen wel een
ingangsdatum, maar geen einddatum en daarmee wordt de regeldruk alsmaar groter.
Vervelend is bovendien dat met het
ontstaan van regels er ook handhaving moet worden opgezet, anders trekt niemand
zich iets van die regels aan. Het gevolg is dat de taken van de overheden steeds
groter worden en dus steeds kostbaarder. En zolang de bomen in de hemel groeien
was dat nog niet echt een probleem.

Maar nu is het crisis. En een crisis voltrekt zich in
golven. Bij het normale patroon ga je in zo’n golf wel even kopje onder, maar
kun je vrij snel toch weer lucht happen. De huidige crisis voltrekt zich echter
atypisch. De golf heeft zich nauwelijks teruggetrokken en er komt alweer een
nieuwe golf aan.
Na een paar van deze golven vallen er slachtoffers.

In de praktijk betekent dit dat er enorm moet worden
bezuinigd. De schaarste neemt toe en er moeten beslissingen worden genomen, wat
nog wel kan en wat niet. In ieder geval zou je niet moeten tornen aan
basisregels en vangnetten. En aangezien de toekomst door onze demografische
samenstelling weinig hoop biedt op verbetering zal de afbraak van het huidige
stelsel zeker worden doorgezet.
En dan komt de vraag: wanneer is iets nog een vangnet of heeft de gemeenschap
zich zodanig ontwikkeld in de pyramide van Maslow, dat de normen voor een vangnet
steeds hoger worden.
Zo vinden grote delen van onze gemeenschap bijvoorbeeld dat culturele subsidies
tot de basisbehoeften behoren, maar anderen vinden dat bij goed onderwijs –het
scheppen van kansen- en het uitsluiten van armoe en ellende het vangnet
ophoudt. Inmiddels is de crisis zover toegeslagen dat zelfs aan het laagste
niveau van het vangnet wordt geknaagd. En door de afnemende regeldruk die
daardoor gaat ontstaan zien bepaalde groepen weer kansen. Het gevolg is dat de
crisis hard toeslaat, maar tot gevolg heeft dat het rijkste en machtigste deel
van de maatschappij alleen maar rijker wordt. Daar gaat de zorgvuldig opgezette
verzorgingsstaat in rasse schreden de afvalput in. Zeker als er na de volgende
verkiezingen een rechts meerderheidskabinet zal ontstaan. Die kans is vrij
groot, want in tijden van nood denken mensen in eerste instantie aan hun eigen
belangen en gaan pas weer elkaar helpen als echt niemand meer iets heeft. De
evolutie is op dat vlak niet echt doorgezet.

Microfinanciering

In echte arme landen zijn er nauwelijks regels en heeft men
helemaal geen vangnetten. Daar zie je dat mensen die dezelfde problemen hebben elkaar
gaan helpen. Dat verhoogt de sociale cohesie en betekent dat je zonder schroom
een beroep kan en zelfs moet doen op je buren of directe omgeving.
Het grote voordeel is ook dat je direct ziet waarom je dit doet. Ik help iemand
om te overleven, zodat ik een beroep kan doen op de ander als mij iets
overkomt.
Er is in deze landen geen investeringsruimte om te kunnen ondernemen. Het is
een ijzeren wet dat wanneer je iets kan ondernemen er economisch verkeer
ontstaat, waardoor het welzijn en de welvaart toeneemt. Uit die gedachte
ontstaan coöperaties, waarbij ieder een klein deel inlegt om initiatieven te
kunnen financieren. Vaak met slechts een zeer klein kapitaal kan een
onderneming op gang gebracht worden. Dit is het principe van microfinancieren
en om risico’s af te dekken wordt dit ook op het gebied van verzekeren opgezet,
zodat de gewassen, maar ook de zorg en het leven niet direct bedreigd worden
bij tegenslag. Inmiddels zijn er al veel succesverhalen op dit gebied. Heel
kenmerkend is aan microfinancieren, dat meteen duidelijk is waarvoor je het
doet. Daarom is zowel links (verbeteren van de gemeenschap) als rechts (kansen
scheppen voor het individu) een voorstander van deze samenwerkingsvorm.

De coöperatieve
financiële instelling

Half 19e eeuw waren er in onze omgeving ook nog
niet zoveel regels. De voornamelijk agrarische wereld had flink te kampen met
te weinig financieringsruimte om te kunnen groeien. Geld lenen was veel te
duur. Door het beperkte spaargeld uit de boerensamenleving te bundelen in één
kas, ontstonden er boerenleenbanken, coöperatieve banken naar het model van de
Duitser Raiffeisen, waar de boeren tegen redelijke onderling afgesproken
condities, geld konden lenen. Hier was ook duidelijk dat het doel van sparen en
lenen een onderdeel was van de overlevingsstrategie van de directe omgeving.
Daarom deden er veel mensen mee. Bovendien waren de leden eigenaar van de bank,
waarmee speculanten buiten de deur werden gehouden.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben de grote coöperatieve banken en
verzekeraars zich ook wel afgevraagd of het coöperatieve model nog wel nodig
was. Het nadeel van de coöperatie is dat de vereniging de belangrijkste stem
heeft en daardoor besluiten maar langzaam tot stand komen. Bovendien kon je als
bestuurder van een coöperatieve instelling niet profiteren van opties op
aandelen. Zeker in goede tijden werd dit door sommige coöperatieve bestuurders
met lede ogen aangezien. Een ander probleem is de groei van je vermogen. De
enige bron om middelen aan te trekken komt uit je eigen achterban, dus geen
emissies van aandelen waarmee derden zich kunnen inkopen in je onderneming en
daardoor snel kan worden ingespeeld op kapitaalbehoeftes. Veel coöperatieve
instellingen zijn in de jaren 80 en negentig omgezet naar NV’s en BV’s om te
kunnen profiteren van de conjuncturele ontwikkelingen.
In Nederland heeft de Rabobank ook wel eens met deze gedachte gespeeld, maar
door de sterke coöperatieve organisatie en invloed van de leden is het nooit
zover gekomen. De bank profileerde zich als een degelijke, strenge maar
rechtvaardige bank, waar vooral de directe gemeenschap een zware stem bleef
hebben. Weliswaar is het aantal lokale banken beduidend kleiner dan twintig
jaar geleden; de principes zijn niet overboord gezet. Door deze solide
constructie is de bank jarenlang door de belangrijkste kredietwaakhonden
beloond geweest met een triple A status –de hoogste status die er is. Deze
status heeft de bank inmiddels los moeten laten, omdat bleek dat de
kredietbeoordelaars hun normen bijstelden, nadat zelfs triple A instellingen
bleken te kunnen omvallen in de huidige crisis. Nog steeds behoort de Rabobank
van alle private banken ter wereld nog tot de hoogste categorieën. Een ander
kritiekpunt van de kredietbeoordelaars was dat de bank door zijn
besturingsmodel te langzaam zou kunnen inspelen op veranderingen. Ze zouden
moeilijker in staat zijn te reageren op de markt en zo te langzaam geld kunnen
aantrekken of dumpen. Deze conclusie heeft mij altijd verbaasd. Juist dat
speculatieve effect en gebrek aan onderling vertrouwen is de reden dat veel
handelsbanken nu in de problemen zijn gekomen. Een bank moet als een rots in de
branding staan en niet met elke golf meebewegen. Je ziet het nu ook. De
Rabobank wordt door vele grote beleggers gezien als een veilige haven. Het
bedrijf heeft geen beursnotering, dus de waarde kan zomaar niet instorten. De
kans dat de overheid op grote schaal daar moet inspringen is erg klein. En
hoewel door het aantrekken van zoveel middelen de bank nauwelijks een
vergoeding meer kan geven hierop, verkiezen vele beleggers deze bank om te
voorkomen dat ze in een faillissement van een handelsbank terecht komen met hun
tegoeden.
Het blijkt dus dat een bank met aandeelhouders op de beurs eigenlijk geen goed
concept is voor een systeembank. Het coöperatieve model is dit wel. Door de
grilligheid van de markt zijn overheden verplicht gebleken banken overeind te
houden, om het financiële systeem te redden. De coöperatieve bank leek hiervoor
ongevoelig.

Crowdfunding

Een mooie Nederlandse benaming is er (nog) niet als het gaat
om crowdfunding. Met de crowd wordt meer bedoeld dan de menigte, maar weer minder
dan de samenleving. Dus in deze context laat “crowd” zich slechts vertalen door
coöperatie, maar dat smoelt niet.

Crowdfunding is het bij elkaar brengen van geld om een doel
te bereiken. Dat kan een ideële doelstelling zijn, waarmee een goed doel wordt
gefinancierd, maar het kan ook een belegging zijn waar je voor een klein deel
aandeelhouder wordt van een project. Zeker nu de overheid van plan is om
allerlei culturele subsidies aan banden te leggen, is juist de gemeenschap de
plaats om geld te halen. Ik houd van kunst, muziek en ook wel theater. Als
individu heb ik daar best geld voor over. Als de overheid besluit geen
culturele instellingen meer te financieren vanwege de crisis, dan zouden de
producties nog aan sponsoring kunnen denken. Maar als ook sponsoring door
dezelfde crisis niet voldoende opbrengt, blijven alleen de liefhebbers over als
financieringsbron. En zo komen we dan op hetzelfde principe uit als bij
microfinancieren en coöperatief bankieren. Er is een gezamenlijk doel
–dichtbij- en door samen deel te nemen kan het doel worden bereikt. In ideële
zin kennen we hierbij acties waarbij mensen inspanningen verrichten om geld bij
elkaar te sprokkelen. Denk bijvoorbeeld aan Roparun of Alpe d’Huzes. In plaats
van langs de deur te gaan of bedelbrieven te sturen worden vooral social media
en radio en TV ingezet om mensen te motiveren om mee te doen. Voordeel van deze
media zijn dat het eenvoudig is op te zetten, een grote –vaak gerichte- groep
mensen wordt bereikt en de saamhorigheid stevig prikkelt. Bij Alpe d’Huzes zie
je dat dit in een paar jaar tijd enorme proporties heeft aangenomen.

Hou je het wat kleiner dan kan de crowd jou bijvoorbeeld
helpen een CD te maken of een theaterproductie. Via speciale websites, forums,
apps en via de social media zoals Hyves, Facebook, Google+ en Twitter maak je
reclame voor je productie. Vaak laat je al iets zien wat de bedoeling is (een
demo een verhaallijn etc.) waardoor mensen geboeid kunnen raken over je
initiatief. Je zou het dan als een soort lening in kunnen zetten. Mensen
betalen bijvoorbeeld 15 euro vooraf voor het maken van een CD. Heb je voldoende
middelen vergaard om de studio en muzikanten af te huren, de productie te
produceren en te fabriceren, dan krijgen de voorfinanciers als eerste de CD (gratis)
toegestuurd (of kunnen deze gratis downloaden) als deze klaar is. Daarmee geeft
de financier de artiest optimale beslissingsruimte om de productie te maken
zoals de artiest het wil en is deze niet meer afhankelijk van
platenmaatschappijen, pluggers, uitgeverijen etc.
Het risico ligt dan voor maximaal 15 euro bij de kredietverstrekker. Het is wel
net zo sympathiek om de spelregels vooraf duidelijk te maken. Stel een artiest
heeft 40.000 euro nodig voor het maken van een CD, Als de productie niet doorgaat krijgt de
kredietverstrekker een deel –zeg een tientje- terug en gaat de productie door
dan krijgt hij de CD thuis gestuurd. Ook moet er een termijn worden
afgesproken. Zo beperk je het risico voor de kredietverstrekker. Als blijkt dat
een artiest nooit tot producties komt, maar wel geld inzamelt zullen de forums,
de social media etc. dit zeker gaan veroordelen, waardoor er een
zelfregulerende situatie ontstaat.

Met crowdfunding kun je
dus direct een doel financieren, zonder dat er bemoeienis is van
allerlei, geen waarde toevoegende, vaak graaiende, tussenpersonen. Er is een
directe afspraak tussen de initiatiefnemer en de financier. De financier wordt
beloond met het product en de artiest heeft optimale vrijheid, binnen de door
hemzelf gestelde kaders.

Deze vorm van vluchtige coöperaties zullen de komende jaren
door het terugtrekken van de markt en overheid veel gaan ontstaan. In
artistieke zin heeft dit als voordeel dat producties gedurfder en veel meer
variatie kennen. Het nadeel is dat de kunstenaar zich niet alleen moet bezig
houden met zijn artistieke vaardigheden, maar zich als een ondernemer moet
opstellen. Daarmee zal de kunstenaar ook
meer steun krijgen uit liberale kringen.

Conclusie

De coöperatieve werkvorm is zeer succesvol gebleken en
blijkt in crisistijden opnieuw zeer krachtig te zijn. Het maakt mensen bewust
en laat ze kiezen waaraan ze deelnemen en waaraan niet. Je hebt als deelnemer
invloed en er gebeuren daardoor de dingen die je wilt.
In ons eigen dorp is er nu een idee om in coöperatief verband energie op te
wekken. Interessante ontwikkelingen bij een terugtredende overheid en waarbij
een appèl wordt gedaan op samenwerking. Wellicht een nieuw strijdmiddel tegen
het individualisme.

Rinus Krijnen



Next »