Het nieuwe boek

Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst, zo einde van de middeleeuwen, kunnen meer mensen boeken lezen. Het heeft ook nog eens zo’n vijf eeuwen geduurd, voordat iedereen onderwijs genoot en kon lezen. Helaas merk je dat analfabetisme weer toeneemt. Door onze multiculturele samenleving ontstaat taalachterstand omdat voor veel nieuwe Nederlanders het vaak moeilijk is teksten te lezen en te begrijpen. Bovendien is de kwaliteit van het basisonderwijs op taalgebied ook niet meer wat het is geweest, waardoor ook grote groepen oorspronkelijke Nederlanders moeite hebben met lezen. Daarom zie je hoe langer hoe meer iconen gebruikt worden in de publieke ruimte om aanwijzingen uit te beelden in plaats van door teksten. Toch is het boek niet weg te denken uit onze samenleving, al valt mij op dat veel mensen lezen beperken tot het koppen van de krant en het bladeren van een tijdschrift. Er is wel een harde kern die dagelijks leest, vaak vlak voor het slapen gaan. Ook zijn er die tijdens de vakantie met kilo’s boeken gaan zeulen, het risico lopend dat door overgewicht dit een dure grap kan gaan worden, zoals mij ooit is overkomen.

We zijn nu in het digitale tijdperk beland. Muziek heeft er ongeveer honderd jaar over gedaan om zich vanaf de eerste krassige schellakplaat tot een volledig gedigitaliseerd medium te ontwikkelen. Ondanks dat voor boeken ook een digitale toekomst leek te zijn weggelegd, bleek dit in de praktijk nogal tegen te vallen. Tot voor kort werd er wel veel digitaal gelezen, maar vooral van computerschermen. Aanvankelijk waren die niet vervoerbaar, maar met de komst van laptops en netbooks is de mobiliteit van het digitale leesvoer behoorlijk verbeterd. Toch zie ik mezelf niet met een laptop in bed een boek lezen. Te zwaar, te korte levensduur van een batterij en vaak ook te vermoeiend aan de ogen. Ga je buiten zitten met je laptopje, dan werkt het niet in de volle zon. Door het benodigde backlight is het zeer vermoeiend om op het bijna onzichtbare scherm in de volle zon iets te zien.

Een paar jaar geleden begon een kentering te komen door de uitvinding van e-ink op e-paper.

E-paper is een schermpje waarvan niet de achterkant wordt belicht, maar bestaat uit hele kleine deeltjes die óf wit óf zwart worden, al naar gelang hoe de spanning er op wordt aangebracht. De leeservaring van deze schermen is gelijk aan papier. Hoe meer licht, hoe beter leesbaar het scherm, dus uitermate geschikt in zonnige omgevingen. In het donker heb je daarom net als bij een boek een lampje nodig om te lezen. Bovendien gebruikt het scherm geen stroom als een pagina gepresenteerd wordt en gaat daardoor dus zuinig met energie om. Om te testen heb ik een aantal jaren geleden van mijn baas een iLIAD gekregen, een reader, die ongeveer als eerste gebruik maakt van e-paper, wat overigens een uitvinding is van Philips. Op zich kan het ding best veel. Het heeft een behoorlijk scherm, je kunt zelfs aantekeningen maken op het scherm en is inderdaad in de volle zon goed leesbaar. Maar het ding is ook erg traag met schermwisselingen en bij het schrijven en al snel is hij in de kast verdwenen. Er waren bovendien ook nauwelijks titels te krijgen.

Anno 2010 is het e-paper aan een nieuwe start begonnen. De e-paperapparaten, de readers, zijn kleiner, sneller en goedkoper geworden en er zijn inmiddels al veel titels verschenen. Doordat men over elkaar heen valt met deze spullen, zijn ook een aantal zaken nog niet goed geregeld zoals: geen normen voor het formaat, gedoe over de rechten van de teksten en de vraag: met welk apparaat kies ik een toekomstvaste richting? Eigenlijk dezelfde vragen die we bij films en muziek eerder hebben gehad. Dat is een soort technologische en juridische strijd waardoor je heen moet en ook erg lastig is. Het nadeel van digitaliseren is namelijk dat het resultaat veel eenvoudiger te kopiëren valt en dus veel makkelijker verspreid kan worden. Als dat kopiëren niet op een afgeschermde manier kan worden gedaan of de beveiligingscodes worden gekraakt, ligt een boek zomaar gratis en voor niets in de digitale schappen, waarmee de schrijvers en uitgevers inkomensverlies lijden. Dit heeft ook wel te maken met het feit, dat het publiek nog niet zo bereid is voor digitale media te betalen, omdat het niet echt tastbaar is en bovendien kwetsbaar. Verlies je de PC waarop de gekochte digitale boeken en muziek staan of crasht de schijf van de PC definitief, dan kan dit een behoorlijke kostenpost worden als daar een aanzienlijk aantal gekochte boeken of andere digitale media staan. Vaak is het ook moeilijk beschermde media te backuppen, om “misbruik” te vermijden. Maar het is natuurlijk wel gek dat een illegaal verkregen digitaal boek zonder problemen kan worden gekopieerd, maar dat je het gekochte exemplaar nauwelijks kan delen op je eigen spullenboel.

Toch stijgt het e-book nu snel in populariteit. Het apparaat waarmee je het leest is licht en functioneert uitstekend en er kunnen tegelijkertijd ook heel veel boeken meegenomen worden. Dus als je op vakantie gaat: geen kilo’s papier meer mee, maar een apparaatje met een oplader. Bovendien is de productie van een e-book milieutechnisch veel verantwoorder, want er hoeven nauwelijks bomen voor worden gekapt. En wat dacht je van ruimte? Geen lompe, dure kasten meer in huis vol met boeken, die slechts enkele keren uit die kast komen.

Maar er kleven ook nadelen: met het verdwijnen van het echte boek sterven ook beroepen uit als drukkers en distributeurs. En wat moet je nu vragen voor een boek als je het niet meer kan vasthouden, ruiken en voelen?

Veel verstokte lezers wijzen het digitale boek nu volledig af. Het is niet alleen het lezen, maar ook het bezit en de tastbaarheid dat blijkbaar een belangrijke reden is om het boek nog te kopen. Dezelfde argumenten die destijds ook gebruikt werden toen de LP werd vervangen door de CD en de CD daarna weer door de MP3. Toch is de verkoop van LP’s een nichemarkt geworden en zelfs van CD’s is dit nu zo. Je kunt tenslotte maar één boek tegelijk lezen of één muziekstuk tegelijk horen. We worden door de technische mogelijkheden zo overstelpt met media, dat het geen doen meer is om alles nog bij te houden en als je dit niet digitaal nog zou willen verzamelen, het wel erg kostbaar wordt en vreselijk veel ruimte gaat opslokken. Dat zal uiteindelijk ook de drijfveer zijn om mensen over te halen om digitale boeken te gaan lezen.

Daarmee zal voorlopig het papieren boek nog niet zijn verdwenen, maar de kentering is gestart.

Rinus Krijnen

Nieuw betalingsverkeer

In de wereld van betalingsverkeer is er de laatste jaren veel veranderd en staat er nog veel te gebeuren. Omdat er nogal wat misverstanden zijn bij consumenten over betalen, wil ik met dit artikel aangeven welke veranderingen er werkelijk invloed hebben op het consumentengedrag en wat dat dus voor u betekent.
De wereld staat niet stil en we moeten even terug naar het verleden om het systeem te snappen. Het geld als tegenwaarde voor artikelen is al zo’n 2600 jaar geleden in Turkije aanwijsbaar ontstaan. Edelmetalen zoals goud en zilver maar ook koper werden platgeslagen in muntjes en door er een stempel in te drukken was het gewicht bepaald en had het een constante waarde en kon daarom dienen als ruilmiddel. Geld had dus een intrinsieke waarde, dat wil zeggen dat het muntje zelf de waarde vertegenwoordigde in edelmetaal of koper. Er hoefde dus geen tegenwaarde in kluizen door de uitgevers van munten plaats te vinden. Tot diep in de twintigste eeuw is vooral goud de tegenwaarde gebleven van het inmiddels in omloop zijnde papiergeld, dat eigenlijk een kwitantie was voor het opgeslagen geld in dikke kluizen en een zogenaamde nominale waarde vertegenwoordigde: het papier is op zichzelf veel minder waard dan de waarde die het vertegenwoordigt. Het grote nadeel van al dat goud in de kluizen was dat het werkelijk achter slot en grendel lag en dus economisch dood. Het loslaten van de tegenwaarde van het opgeslagen goud tegenover het in omloop zijnde papieren geld is geldschepping. Onlangs hoorde ik een mooi eenvoudig voorbeeld hoe geld geschapen wordt. Dit alles ontstond doordat men elkaar leningen ging verstrekken; zogenaamd fiduciair geld en men elkaar vertrouwde dat men de schuld ooit afloste.

Het voorbeeld: Een Australische toerist komt een hotel binnen en vraagt om een kamer. De hoteleigenaar wijst hem zijn kamer en de toerist betaalt 100 euro. De hoteleigenaar heeft schuld bij de slager en gaat direct naar de slager waar hij toevallig ook voor 100 euro aan openstaande rekeningen heeft. De slager ontvangt het geld en loopt direct naar het slachthuis omdat hij ook schuld heeft van 100 euro voor het slachten van de dieren en dit hiermee wil afbetalen. De slachter verlaat zijn slachterij en gaat naar de hoer die nog geld van hem te goed heeft na een overspelige nacht en betaalt haar 100 euro. De hoer vertrekt direct naar het hotel en betaalt de hoteleigenaar 100 euro voor de betaling van een openstaande rekeing voor het huren van een kamertje voor haar werkzaamheden. De hoer is de deur nog niet uit of de Australische toerist komt in het hotel naar beneden en zegt tegen de hoteleigenaar dat hij toch afziet van de kamer, want het is een beetje te klein. De hoteleigenaar geeft de man zijn 100 euro terug en de toerist verlaat het pand. Er lijkt alsof er niets is gebeurd, maar iedereen heeft zijn schuld afgelost met één briefje van 100 euro.

Zo werkt geld. Er kleven nadelen aan geld. Zo is geld met een intrinsieke waarde zeer gevoelig voor verlies en beroving en logistiek heel onhandig omdat het letterlijk zwaar is. Papiergeld heeft weer het nadeel dat het een korte levensduur heeft, gevoelig is voor namaak en dat de uitgevers veel meer kunnen drukken dan er werkelijk tegenwaarde voor is gereserveerd. Dat laatste zorgt voor geldontwaarding en dus renteverhoging als partijen dit door gaan hebben.
Giraal geld is de administratieve tegenhanger van papiergeld en munten, dat ook wel chartaal geld wordt genoemd. Giraal geld is in feite niets anders dan cijfertjes op papier, waarbij onderlinge schuldbekentenissen in rekening-courantverhoudingen zijn vastgelegd: debet en credit. Credit betekent: verschuldigd. Dat houdt in dat als jij een creditsaldo op je bankrekening hebt de bank schuld heeft bij jou. En omdat zij beschikkingsrecht hebben om met dat geld te spelen zijn ze bereid jou daar een vergoeding voor te geven: rente. Moet je echter geld lenen, dan betaal je rente aan de bank die hoger is dan de rente die de banken vergoeden. Daar betaalt de bank zijn kosten uit en maakt hij winst.

Het geheel is dus grotendeels opgebouwd uit vertrouwen en daardoor zijn er strenge toezichthouders en kun je dit niet zomaar overlaten aan de markt alleen.

Tot zover de geschiedenis van geld. In deze innovatierubriek willen we het juist hebben over de toekomst, maar om die een beetje te begrijpen is de bovenstaande toelichting een belangrijke inleiding.

Giraal betalen is ontstaan nadat banken bankrekeningen openden voor hun klanten en administratief gingen bijhouden hoe schulden en betalingen voor een klant werden uitgevoerd. Inmiddels is het girale geldverkeer veel groter dan de chartale vorm (papieren en munten). Met de invoering van cheques is het girale verkeer ook beland in het domein waar tot dan toe alleen chartale betaalvormen speelden. Tot in de jaren negentig betaalden consumenten met eurocheques of girocheques hun boodschappen, hetgeen administratief een dure oplossing was voor de banken en detailhandel. Toen de elektronische netwerken betrouwbaarder werden introduceerden de banken de PIN-pas, die was bedoeld om de cheques te verdrijven en de consument en de detailhandelaar sneller en veiliger te bedienen en de kosten bij de banken te reduceren. Het betalingsverkeer werd goedkoper en sneller en het chartale geldcircuit werd aanzienlijk kleiner. Het gevolg was dat de banken minder geldvoorraden in huis hoefden te houden en met minder personeel het betalingsverkeer konden uitvoeren.
Een probleem bleef wel dat kleine en duistere, zwarte betalingen binnen het chartale circuit bleven. Om met de duistere betalingen te beginnen. Ik heb het altijd vreemd gevonden dat bij de introductie van de Euro er bankbiljetten van boven de 50 euro in omloop zijn gebracht. Ook bij de introductie van de Euro waren alle banken al zodanig op elkaar aangesloten dat girale betalingen over de gehele wereld mogelijk zijn en voor haast iedereen toegankelijk. Het is dan ook verdacht dat betalingen in grote hoeveelheden met bankbiljetten zouden moeten plaatsvinden. Daar zit een luchtje aan, omdat het aanwijsbaar veel veiliger en efficiënter is om giraal te betalen. Maar in bepaalde branches waar de fiscus liever geen weet van mag hebben, is het betalen met cash nog steeds gebruikelijk. Daar worden dan ook de 200 en 500 eurobiljetten voornamelijk gebruikt. Een goede maatregel zou zijn deze af te schaffen om het illegale circuit het moeilijker te maken. Je ziet ook dat de detailhandel niets moet hebben van de 200 en 500 euro bankbiljetten; bang dat ze belazerd worden vanwege namaak en het grotere risico.

Een ander groot probleem is het kleine geld. Tot voor kort rekenden detailhandelaren aan particulieren ook kosten voor het betalen van kleine bedragen via de PIN. Door de automatisering werd door de transparantie van het betalingsverkeer de kosten van betalen zichtbaar en zagen de winkeliers dat ze 10 of 20 cent moesten betalen voor elke handeling met de PIN-machine. Daarom vroegen sommige detailhandelaren extra kosten bij kleine bedragen voor het gebruik van PIN. Ze vergaten daarbij dat het aanhouden van geld in de kassa veel minder veilig is, en het afstorten van geld ook geld kostte.

De banken antwoorden hierop met de Chipknip. Daarmee werd een saldo door de klant via een oplaadapparaat op een chip geplaatst op een bankpasje, waarmee de consument dan kleine bedragen kon betalen. Ideaal voor parkeerautomaten, kantines en andere plaatsen waar relatief lagere bedragen in omgaan. De kosten voor de detailhandel waren laag, omdat de aftrekening niet per betaling plaatsvond, maar in één bedrag per dag. Het voordeel van de klant is dat hij geen muntjes bij zich hoeft te hebben om kleine betalingen bij onbemande betaalautomaten te verrichten. Bovendien is het veiliger, omdat er geen contant geld in de automaten zit. Ikzelf ben altijd een enthousiaste gebruiker geweest en ben het nog van de chipknip. Ik erger me heel vaak aan mensen bij parkeerautomaten die overal proberen wat muntjes bij elkaar te grissen om hun betaling te verrichten en lange rijen veroorzaken, terwijl ze allemaal een chip op hun pasje hebben.
Het probleem van de chipknip is dat het zo onzichtbaar is. Aan de buitenkant kun je het saldo niet zien en dus een apparaat moet hebben om het af te lezen. Een ander nadeel is dat je het saldo kwijt bent als je het pasje verliest. Daarin is het overigens exact hetzelfde als het verliezen van munt- of papiergeld, maar blijkbaar voelt dit anders aan. De banken zien ook dat dit niet tot een groot succes is geworden en hebben daarom een actie ingezet om ook voor kleine bedragen pinnen te stimuleren. Door het uitbreiden van de elektronische snelweg is het verkeer verhoudingsgewijs goedkoper geworden en is het een extra stimulans het chartale geldverkeer te onderdrukken, waardoor de kosten lager worden en de veiligheid voor detailhandelaar toeneemt.

Het is nog altijd niet handig om giraal geld uit te wisselen tussen particulieren. Er zijn systemen waarmee je via SMS kleine bedragen aan elkaar kunt betalen, maar in de praktijk blijkt dit te omslachtig. Teveel gedoe met knopjes en zo en het is dan toch gemakkelijker een Euro over te steken. Om dit te bereiken zal de techniek nog een stap moeten doen waarmee je bijvoorbeeld door twee pasjes tegen elkaar te houden met een klein apparaatje een bedrag van pasje A naar pasje B kan overzetten met bijvoorbeeld een vingerafdruk van beiden als teken dat de twee bevoegd elkaar een (kleine) betaling kunnen doen tot bijvoorbeeld max. € 30,00 per keer.

Wellicht dat mobiel bankieren hier ook een oplossing voor is. Vanaf ongeveer 2012 kun je met een toestel waarop een NFC chip zit (Near field communication) aan de kassa’s van winkels betalen in plaats van met je pasje. Je houdt simpelweg je mobieltje in de buurt van een plaatje bij de kassa en je rekening is betaald. In dit concept kun je nog veel verder gaan en deze techniek ook gebruiken om je kassabonnen niet bij de winkelier af te drukken maar direct inzichtelijk te maken op je mobiel of gesynchroniseerd op je PC, iPAD of laptop. Zover is het nog niet, maar de mobiele telefoon zal hoe langer hoe meer een belangrijkere rol gaan spelen als een soort paspoort, portemonnee, verbindings- en communicatieapparaat en gaan behoren tot je belangrijkste bezit, waar je dus ook zeer zorgvuldig mee zult moeten omgaan.

Terug naar het feitelijke bankieren. Als je een rekening krijgt van een bedrijf zit er vaak een gele strook aan die OLA wordt genoemd, een optisch leesbare acceptgirokaart. Een kaart die grotendeels door een machine kan worden gelezen en die bijna volautomatisch binnen de kantorencentrales van de bank de betaling aan de leverancier verzorgt. Tot voor kort scheurden we deze kaarten van de factuur, voorzagen we ze van een handtekening en stuurden ze naar je eigen bank waar deze handeling werd verricht. Daar waar deze gele kaarten ontbraken moest je zelf met een overschrijvingsformulier handmatig een betaalopdracht invullen en ook insturen naar je bank. Ook hier was er weer sprake van dure handelingen met een paar dagen doorlooptijd. In de jaren negentig is telebankieren ontstaan en kort erop internetbankieren. Daarmee hoefde je deze kaarten niet meer te gebruiken, maar kon je via een modemverbinding de betaalgegevens zelf invoeren en werd het volautomatisch uitgevoerd. De beveiliging bestaat uit een speciaal apparaatje: een digipass of random reader waardoor je een code moet genereren, die ervoor zorgt dat de bank weet dat jij de betaling hebt uitgevoerd en de handeling uniek maakt. Andere banken maken gebruik van zogenaamde tancodes, die je via een SMSje ontvangt of op een lijst krijgt toegestuurd. Op deze wijze heeft de klant via internet inzicht in zijn betalingsverkeer en kan eenvoudig bedragen overboeken naar derden of zijn eigen rekeningen. Internetbankieren is erg populair, maar ook hier zijn nog vele sceptici. Een variant hierop is betaling met een internettelefoon, waarbij je beperkte bedragen zonder tancode maar met een vast tincode ook kunt overboeken. Het voordeel hiervan is dat je niet altijd een random reader of andere vorm van paslezer bij je moet hebben. Ook betalen via een callcentre is op deze manier mogelijk. Betalen met een TIN-code via speciale toepassingen op iPhone, iPAD of andere mobiele telefoon gaat zeer snel en kun je overal doen waar je telefoonbereik hebt.

Een variant op de OLA is de NotaBox. In plaats van het versturen van een OLA stuurt een bedrijf de factuur naar je internetbankierenaccount, waar je de nota kunt ophalen en met een eenvoudige transactie kan betalen. Je moet dan wel bij het betreffende bedrijf aangeven dat je de nota’s op deze manier wenst te ontvangen. Dit systeem zorgt ervoor dat je nog steeds zelf in controle bent wanneer je de rekening betaalt, maar er geen poststroom meer plaatsvindt. (Minder bomen, minder CO2 en TNT). Het meest geautomatiseerde systeem is uiteraard het systeem van automatische incasso, waarbij de leverancier de rekening op de betaaldatum van je rekening haalt. Dit is veruit de goedkoopste vorm, maar je hebt zelf dan geen invloed op de betaaldatum. Hierbij zijn er spelregels dat wanneer dit onterecht gebeurt, je de betaling kan terugdraaien, storneren zoals dat in banktermen heet.
De meest antieke vorm die ook nog wel voorkomt is de betaling onder rembours. Dat wil zeggen dat als het pakket bezorgd wordt, de klant cash het pakket en de bezorgkosten betaalt. Dit is veruit de duurste vorm van betaling, omdat het administratief ingewikkeld is, er veel partijen bij betrokken zijn, het niet veilig is, de ontvanger zich moet legitimeren en er risico’s zijn dat de ontvanger niet thuis is en de vervoerder opnieuw het pakket moet aanbieden op een later moment.

Als alternatief voor rembours is vooruitbetaling een optie. Dat kan door de kosten alvast over te maken aan de leverancier of gebruik te maken van iDEAL, een methode waarbij de Nederlandse banken het internetbankieren betrekken bij de totstandkoming van een deal. Op het moment van bestelling betaal je de goederen en vervoerkosten door een internetbetaling. Veilig, snel en simpel.

Ook de Creditkaart is een methode om betalingen via het internet te verrichten. Toch zijn er vele mensen huiverig om dit te doen, omdat de pasgegevens volledig via het internet worden verstuurd en er eigenlijk geen controle plaatsvindt, zeker tot voor kort. Belangrijk is dat wanneer je iets op internet betaalt met een creditkaart dat in het adres een secure http-verbinding is gemaakt: kortom de adresregel in de browser moet starten met https:// in plaats van http://. Inmiddels gaat ook de beveiliging van het internet met Creditkaart naar een hoger niveau. Vaak moet je naast de kaartgegevens nu ook de pincode gebruiken via een random reader voordat je een betaling uitvoert. Die moet je dan wel weten. Het is niet altijd standaard zo dat de pin van je betaalkaart gelijk is aan die van de creditkaart. Dat maakt het betalen met de Creditkaart overigens wel een heel stuk veiliger en vergelijkbaar met iDEAL. Een voordeel van de Creditkaart is dat je ook in het buitenland kunt betalen.

De rol van de chip op je betaalpasje zal hoe langer hoe belangrijker worden. De tot nu toe gebruikte magneetstrip is te gevoelig en redelijk eenvoudig te kopiëren, waarmee door skimming gegevens bij geld- en betaalautomaten kunnen worden ontfutseld. Uiteindelijk zal de magneetstrip verdwijnen en de kaart met de kopse kant met de chip in de betaalautomaat gestoken moeten worden.

Een andere mogelijkheid is het betalen met PayPal. PayPal is een speler binnen het internationaal betalingsverkeer, die vooral populair is bij tweedehandsmarkten zoals eBAY of marktplaats. Je maakt op internet eenvoudig een account aan en stort er vanuit je normale bankrekening een bedrag op. Koop je iets op het internet dan laat je de betaling via het PayPal account verlopen. Het voordeel is dat de betaling direct is en dat er geen ingewikkelde buitenlandse overboekingen hoeven plaats te vinden. De onderlinge betaling gaat van de ene PayPal naar de andere PayPal-rekening en de houders van de rekening zelf houden wel in de gaten of de betalingen zijn ontvangen en of er voldoende geld op de PayPalrekening staat.

Voor kleine bedragen nationaal zijn er ook betaalmogelijkheden als MiniTix waarmee je bijvoorbeeld credits voor games kunt kopen. In principe werkt dit hetzelfde als PayPal of de Chipknip. Je boekt een bedrag over van je gewone rekening naar je MiniTix-rekening en met dat geld kun je eenvoudig kleine aankopen doen.

Er is een Europese beweging aan de gang die alle banken in de Eurozone aan elkaar gaat knopen. Dat heet SEPA, Single European Payments Area. Als SEPA eenmaal binnen Europa is ingevoerd betekent het dat het overboeken van een betaling naar een nationale rekening op eenzelfde wijze gaat als naar een internationale bank in de Eurozone. Dus een betaling aan een camping in Frankrijk doe je op dezelfde wijze als de betaling van een rekening van je postorderbedrijf. Daarmee worden zaken als het pinnen, betalen en ontvangen van geld eenduidiger, eenvoudiger en uiteindelijk voor de consument goedkoper. Een gevolg is ook dat de geldstromen beter traceerbaar zijn, waardoor vooral overheden hoe langer hoe beter controles zullen kunnen gaan uitvoeren en dat ook zullen doen. Dat is niet tegen te houden en ook een must om eerlijke betrouwbare handel te kunnen voeren.

Conclusie

Het betalingsverkeer in Nederland en Europa en de wereld is volop in beweging en de opmars van het digitale girale geldverkeer zal uiteindelijk het traditionele geld bijna volledig gaan verdrukken, waarmee de controleerbaarheid van de geldstromen beter, sneller, goedkoper en veiliger wordt. Wat veiligheid betreft blijft het wel een kat- en muisspel met de onderwereld. Het zal noodzakelijk blijven om telkens te vernieuwen om de veiligheid van het betalingsverkeer te garanderen.
De verandering in het betalingsverkeer vraagt ook de nodige flexibiliteit van de gebruikers. Ze zullen mee moeten groeien en moeten accepteren dat inmiddels verouderde, onveilige vormen van betalingsverkeer zullen wegvallen of aanmerkelijk duurder worden om de kosten van het betalingsverkeer in de hand te houden. Dat vraagt nogal wat van ons, maar levert gelukkig ook wat op.

Wat ik ook zie, maar waar nu nog niet zoveel aandacht voor is, is dat door de hoge mate van automatisering er een markt ontstaat waarbij de klant zelf budgetten bepaalt voor type uitgaven, zodat hij bij betalingen van bepaalde artikelen gewaarschuwd wordt dat hij zijn budget overschrijdt, met als mogelijke gevolg dat de betaling wordt geweigerd en de koop niet doorgaat of er een signalering komt. Kortom een interactieve koppeling tussen planning en betaalgedrag. Dat is voor sommigen zeker nodig, want als je vanuit je portemonnee leeft weet je wanneer het geld op is, maar met al deze elektronische betaalvormen zou je jezelf flink kunnen vergissen in wat je feitelijk hebt en nog moet uitgeven, door het ontbreken van overzicht.

Rinus Krijnen